Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIER

Artikel 4.12

Verhouding tot andere overeenkomsten

Onderdeel van Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Deze overeenkomst vormt een integrerend onderdeel van de algemene betrekkingen tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Singapore, anderzijds waarop de Parnterschaps- en samenwerkingsovereenkomst van toepassing is en maakt deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader. Deze overeenkomst is een specifieke overeenkomst waarmee uitvoering wordt gegeven aan de handels- en investeringsbepalingen van de de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. 2. Het is wel verstaan dat de partijen overeenkomen dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst hen verplicht te handelen op een wijze die in strijd is met hun verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst. 3. Zodra deze overeenkomst in werking treedt, worden de in bijlage 5 (Overeenkomsten als bedoeld in artikel 4.12) genoemde tussen de lidstaten van de Unie en Singapore gesloten overeenkomsten, met inbegrip van de uit die overeenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen, beëindigd en zijn zij niet langer van kracht; zij komen te vervallen en worden door deze overeenkomst vervangen. Ingeval van voorlopige toepassing van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 4.15 (Inwerkingtreding), lid 4, wordt de toepassing van de bepalingen van de in bijlage 5 (Overeenkomsten als bedoeld in artikel 4.12) genoemde overeenkomsten, alsmede van de uit die overeenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen, opgeschort met ingang van de datum van voorlopige toepassing. Ingeval de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt, wordt de opschorting opgeheven en worden de in bijlage 5 (Overeenkomsten als bedoeld in artikel 4.12) genoemde overeenkomsten van kracht. Onverminderd het bepaalde in lid 3, onder a) en b), kan overeenkomstig de bepalingen van een in bijlage 5 (Overeenkomsten als bedoeld in artikel 4.12) genoemde overeenkomst een vordering worden ingesteld betreffende een behandeling die uit hoofde van de in die overeenkomst vastgestelde voorschriften en procedures is toegekend terwijl die overeenkomst van kracht was, op voorwaarde dat niet meer dan drie jaar zijn verstreken sinds de datum van opschorting van die overeenkomst op grond van lid 3, onder b), of, indien die overeenkomst niet is opgeschort op grond van lid 3, onder b), de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. Onverminderd het bepaalde in lid 3, onder a) en b), kan, wanneer de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt, overeenkomstig hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), een verzoek worden ingediend betreffende een behandeling die is toegekend tijdens de periode van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst, op voorwaarde dat niet meer dan drie jaar zijn verstreken sinds de datum van beëindiging van de voorlopige toepassing. De definitie van „inwerkingtreding van deze overeenkomst” in artikel 4.15 (Inwerkingtreding), lid 4, onder d), geldt voor de toepassing van dit artikel niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel