Naar hoofdinhoud
1. Binnen de beschikbare middelen verlenen de Partijen elkaar steun bij de doorgeleiding. 2. Indien de verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, geeft zij dit aan in het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht. 3. In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek geeft de aangezochte Partij tevens aan of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning. Daartoe maakt de aangezochte Partij eveneens gebruik van het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht. Zo nodig vindt minimaal twee (2) werkdagen vóór de geplande doorgeleiding hierover overleg plaats tussen de Partijen.

Rechtspraak bij dit artikel