Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 20

Reikwijdte van de wederzijdse administratieve bijstand

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Caribische Douaneorganisatie en inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Belastingrecht

1. Leden verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten te waarborgen. 2. Alle activiteiten uit hoofde van dit Verdrag door een Lid worden verleend in overeenstemming met zijn wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van zijn douaneadministratie. 3. Elk Lid stelt de Secretaris-Generaal op de hoogte van de autoriteiten bedoeld in artikel 1, onderdeel ii, van dit Verdrag die krachtens het nationale recht bevoegd zijn of die door het Lid zijn aangesteld om alle bepalingen van dit Verdrag uit voeren. De Secretaris-Generaal deelt deze informatie en eventuele updates daarvan aan de andere Leden mee. 4. Dit Verdrag heeft uitsluitend betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Leden en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend door andere autoriteiten van het aangezochte Lid vermeldt de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend de desbetreffende overeenkomst of de desbetreffende regeling die van toepassing is. 5. Rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de Caribische gemeenschappen en hun lidstaten alsmede die van de Europese Unie en haar lidstaten zullen de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk IV: de verplichtingen van de Leden uit hoofde van internationale overeenkomsten onverlet laten; worden geacht een aanvulling te zijn op overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die zijn of worden gesloten door een van de Caribische gemeenschappen of de Europese Unie. 6. Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel