Naar hoofdinhoud
1. Onverminderd artikel 50 van dit Verdrag mag uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie slechts worden gebruikt door de douaneadministratie waarvoor deze bestemd was en uitsluitend ten behoeve van administratieve bijstand die wordt verleend onder de in dit Verdrag vervatte voorwaarden. 2. Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel kan het Lid dat de informatie heeft verstrekt, op verzoek, zijn goedkeuring hechten aan het gebruik ervan door andere autoriteiten of voor andere doeleinden, met inachtneming van alle door hem daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijk gebruik dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid dat de informatie wil gebruiken. Het gebruik van informatie voor andere doeleinden omvat het gebruik bij strafrechtelijk onderzoek, strafrechtelijke vervolging en strafrechtelijke procedures. 3. Om de bescherming te waarborgen van personen die asiel of bescherming in geval van verwijdering zoeken of krijgen, mag een Lid de uit hoofde van dit Verdrag verkregen informatie niet gebruiken of bekend maken op een manier waarop deze informatie bekend zou worden bij een overheidsautoriteit of persoon waartegen deze persoon bescherming vraagt of krijgt ingevolge het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951, het Protocol hierbij van 1967, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984 of ingevolge de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de Leden ter uitvoering van deze Verdragen of het Protocol.

Rechtspraak bij dit artikel