Naar hoofdinhoud
1. Elke staat, of elk grondgebied dat over autonomie beschikt bij het uitvoeren van douanezaken, die in aanmerking komt voor lidmaatschap van de Organisatie in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag kan, na een bij de Raad daartoe ingediend verzoek, worden toegelaten tot de Organisatie als Samenwerkingspartner. De voorwaarden voor toelating zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de verzoekende Staat of het verzoekende grondgebied en de Organisatie. 2. Een Samenwerkingspartner neemt, na de inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst met de Organisatie, op dezelfde wijze deel aan de Organisatie als een Lid overeenkomstig dit Verdrag, tenzij anders is aangegeven in dit Verdrag of de samenwerkingsovereenkomst. 3. Samenwerkingspartners kunnen te allen tijde na aldus te zijn toegelaten tot de Organisatie Lid worden in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag en met artikel 8, tweede lid, onderdeel iv, van dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel