**1.** Elke partij verleent de andere partij de volgende rechten voor het verrichten van luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere partij:
het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
het recht op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; en
de rechten die elders zijn omschreven in dit Verdrag.
**2.** De luchtvaartmaatschappijen van elke partij, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag, genieten tevens de rechten die omschreven zijn in het eerste lid, onderdelen a en b, van dit artikel.
**3.** Geen van de bepalingen van dit Verdrag wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene partij het recht te geven op het grondgebied van de andere partij tegen vergoeding of beloning passagiers, vracht of post op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere partij.
**4.** Het uitoefenen van vijfde- en zesde vrijheidsverkeersrechten dient te worden goedgekeurd door de luchtvaartautoriteiten van beide partijen en kan in een overeenkomst worden afgesproken.
**5.** Dit Verdrag sluit het uitoefenen van commerciële verkeersrechten door luchtvaartmaatschappijen van de Dominicaanse Republiek uit tussen Curaçao en Nederland (met inbegrip van het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)); tussen Curaçao en Sint Maarten; en tussen Curaçao en Aruba.
HOOFDSTUK II
Artikel 2
Verlening van rechten
Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Dominicaanse Republiek· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2024