Naar hoofdinhoud
1. Elk geschil dat tussen de partijen mocht ontstaan met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, uitgezonderd geschillen zoals bedoeld in artikel 14 (Tarieven) en geschillen ontstaan ingevolge de artikelen 6 (Veiligheid) en 7 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag, trachten de luchtvaartautoriteiten van beide partijen in de eerste plaats door overleg en onderhandeling op te lossen. 2. Indien de partijen er niet in slagen door middel van overleg en onderhandeling tussen de luchtvaartautoriteiten tot overeenstemming te komen, wordt het geschil langs diplomatieke weg geregeld. 3. Indien het geschil niet langs diplomatieke weg kan worden geregeld, wordt het, in overleg tussen de partijen, op verzoek van een van de partijen, ter beslissing (bemiddeling of arbitrage) voorgelegd aan een persoon of personen of een instantie. Beide partijen dienen in te stemmen met de methode en procedure van de bemiddeling of arbitrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel