Naar hoofdinhoud
1. Elke partij heeft het recht, langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving, een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in het Verdrag voor die partij aangewezen routes en een aanwijzing in te trekken of een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij. 2. Na ontvangst van aanvragen van een luchtvaartmaatschappij van de andere partij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen en technische vergunningen, verleent elke partij de desbetreffende vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits: voor wat betreft luchtvaartmaatschappijen uit Sint Maarten, een wezenlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de regering van Sint Maarten, onderdanen van Sint Maarten zoals omschreven in artikel 1, of beide; voor wat betreft luchtvaartmaatschappijen uit de Dominicaanse Republiek, de luchtvaartmaatschappij is gevestigd op het grondgebied van de Dominicaanse Republiek en de luchtvaartmaatschappij haar hoofdkantoor heeft op dat grondgebied en de Dominicaanse Republiek daadwerkelijk toezicht uitoefent op de luchtvaartmaatschappij; de luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanvraag of aanvragen behandelt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationaal luchtvervoer; en de andere partij de in artikel 6 en artikel 7 van dit Verdrag vervatte bepalingen handhaaft en toepast. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment geheel of ten dele een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag en de interne regelgeving van de partijen naleeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel