Naar hoofdinhoud
1. De luchtvaartautoriteiten van elke partij voeren, wanneer het nodig is, overleg om te waarborgen dat nauw wordt samengewerkt bij alle kwesties met betrekking tot de uitlegging en toepassing van dit Verdrag, op verzoek van een van de partijen. 2. Dergelijk overleg vangt aan binnen een termijn van vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel