Naar hoofdinhoud
Elke staat die partij is neemt alle redelijke maatregelen binnen het kader van zijn hoger onderwijsstelsel en in overeenstemming met zijn nationale grondwettelijke en wettelijke bepalingen, in het geval van vluchtelingen of ontheemden, om procedures te ontwikkelen, met inbegrip van de erkenning van eerder verworven competenties, om billijk en snel te kunnen beoordelen of personen in aanmerking komen voor toegang tot programma’s voor hoger onderwijs of voor de erkenning van studies, diploma's en graden, zelfs bij het ontbreken van de noodzakelijke documenten voor erkenning.

Rechtspraak bij dit artikel