Naar hoofdinhoud

Artikel XXIX

Vorderingen en schadevergoeding

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van het Caribische Noodhulp Management Agentschap· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 4 juni 2024

1. Deelnemende staten werken samen ter vergemakkelijking van de afwikkeling van gerechtelijke procedures en de schikking van vorderingen uit hoofde van dit artikel. 2. Tenzij anders overeengekomen zal de verzoekende staat, ten aanzien van het overlijden van of oplopen van letsel door personen of schade aan of verlies van eigendommen of schade aan het milieu veroorzaakt op zijn grondgebied of onder zijn controle of rechtsmacht door personeel van de aangezochte staat tijdens het verlenen van bijstand: geen rechtsvervolging instellen tegen de zendstaat of personen of andere juridische entiteiten die namens hem optreden; de verantwoordelijkheid aanvaarden voor het afhandelen van alle gerechtelijke procedures ingesteld door en vorderingen van derden jegens de zendstaat of personen of andere juridische entiteiten die namens hem optreden, uitgezonderd in gevallen van opzettelijk handelen of grove nalatigheid; de zendstaat of personen of andere juridische entiteiten die namens hem optreden vrijwaren met betrekking van de in onderdeel b bedoelde gerechtelijke procedures; de zendstaat of personen of andere juridische entiteiten die namens hem optreden schadevergoeding betalen voor het overlijden van of oplopen van letsel door personeel van de zendstaat of personen of andere juridische entiteiten die namens hem optreden, en voor het verlies van of de schade aan niet-verbruikbare uitrusting of materialen die naar de verzoekende staat worden gebracht met het oog op het verlenen van bijstand, uitgezonderd in gevallen van opzettelijk handelen door of grove nalatigheid van het personeel van de zendstaat. 3. Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat het een belemmering vormt voor de schadevergoeding of schadeloosstelling die beschikbaar is op grond van een toepasselijke internationale overeenkomst of de nationale wetgeving van een deelnemende staat of dat het een verzoekende staat ertoe verplicht het tweede lid van dit artikel geheel of deels toe te passen op permanent ingezetenen.

Rechtspraak bij dit artikel