Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Verlening van rechten

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Koeweit inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020

1. Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij, behoudens andersluidende bepalingen in de Bijlage, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij: het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen; het recht op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; en terwijl zij een overeengekomen dienst op een omschreven route exploiteert, het recht te landen op haar grondgebied ten behoeve van het opnemen en afzetten van internationaal verkeer in de vorm van passagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd. 2. Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij het recht te verlenen deel te nemen in luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij (cabotage).

Rechtspraak bij dit artikel