Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 6

Commerciële activiteiten

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Koeweit inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020

1. Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij toegestaan: op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij kantoren te vestigen ten behoeve van de bevordering en verkoop van luchtvervoer en bijkomende of aanvullende diensten (met inbegrip van het recht tot verkoop en verstrekking van eigen vliegbiljetten en/of vrachtbrieven, en vliegbiljetten en/of vrachtbrieven van een andere luchtvaartmaatschappij) alsmede andere voorzieningen die nodig zijn voor het verzorgen van luchtvervoer; zich op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij rechtstreeks of, naar goeddunken van die luchtvaartmaatschappij, via haar (hun) agenten, bezig te houden met de verkoop van luchtvervoer en bijkomende of aanvullende diensten, met inachtneming van de wetten en voorschriften van die verdragsluitende partij. Elke persoon is in staat dit vervoer te kopen in overeenstemming met de relevante van toepassing zijnde wetten en voorschriften; dit luchtvervoer en deze bijkomende of aanvullende diensten te verkopen en het staat iedere persoon vrij dit vervoer of deze diensten in elke valuta te kopen. 2. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij mag/mogen, het in verband met het verzorgen van luchtvervoer en bijkomende of aanvullende diensten benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel zenden naar en doen verblijven op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij. 3. In deze personeelsbehoefte kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel of door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van die verdragsluitende partij. 4. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij zelf haar gronddiensten („self-handling”) te verrichten, of, naar haar keuze, voor al deze diensten of een deel daarvan een concurrerende aanbieder te kiezen. Dit recht kan onderworpen zijn aan de wetten en voorschriften die elke verdragsluitende partij toepast en kan worden beperkt door specifieke beperkingen qua beschikbare ruimte of capaciteit. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt bij de toegang tot self-handling of gronddiensten verricht door een aanbieder of aanbieders behandeld op basis van non-discriminatie. Gronddiensten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van elke verdragsluitende partij en in het geval van Nederland, met inbegrip van het recht van de Europese Unie. 5. Bij de exploitatie of het onderhouden van de luchtdiensten op de omschreven routes kan elke aangewezen luchtvaartmaatschappij van een verdragsluitende partij commerciële en/of samenwerkingsregelingen op het gebied van verkoop aangaan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, vast af te nemen plaatsen en code-sharing met: (een) luchtvaartmaatschappij(en) van dezelfde verdragsluitende partij; (een) luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij; (een) luchtvaartmaatschappij(en) van een derde land, mits dit derde land soortgelijke regelingen tussen de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij en de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van het derde land inzake diensten naar, van en via dit derde land toestaat of daarin toestemt; een aanbieder van vrachtvervoer over land en/of water van elk land, op voorwaarde dat elke luchtvaartmaatschappij die aan dergelijke regelingen deelneemt: in het bezit is van de desbetreffende exploitatievergunning; voldoet aan de eisen die gewoonlijk op dergelijke regelingen van toepassing zijn; en ten aanzien van elk door haar verkocht ticket aan de koper op de plaats van verkoop duidelijk maakt welke luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen welke sector van de dienst feitelijk verzorgt of verzorgen en met welke luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen de koper een contractuele verbintenis aangaat. Elke code-sharing frequentie die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elk land wordt geëxploiteerd wordt als één (1) frequentie aangemerkt, terwijl de code-sharing diensten van de verkopende vervoerder niet als frequentie worden aangemerkt. Alle code-sharing regelingen dienen vooraf door de desbetreffende luchtvaartautoriteiten te worden goedgekeurd alvorens ze worden uitgevoerd. 6. Bij de exploitatie of het onderhouden van de luchtdiensten op de omschreven routes dienen alle wet-lease regelingen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een verdragsluitende partij vooraf te worden goedgekeurd door de desbetreffende luchtvaartautoriteiten van beide verdragsluitende partijen. 7. De in dit artikel genoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere verdragsluitende partij. Wat betreft het Europese deel van Nederland is het van toepassing zijnde recht van de Europese Unie daarbij inbegrepen.

Rechtspraak bij dit artikel