Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Singapore inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2020

1. Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de aangezochte partij, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die aangezochte partij worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij kan stellen. 2. Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie. 3. De aangezochte administratie kan bijstand uitstellen indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie kan stellen. 4. Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan het verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren. 5. In het geval dat een verzoek niet kan worden uitgevoerd wordt de verzoekende administratie hiervan onverwijld in kennis gesteld, en heeft de aangezochte administratie de keuze om een verklaring te verstrekken met de redenen voor het uitstel of weigering van het verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel