Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Elk Lid neemt passende maatregelen om: nationale wetten en voorschriften inzake geweld en intimidatie op de werkvloer te monitoren en te handhaven; eenvoudige toegang te waarborgen tot passende en doeltreffende rechtsmiddelen en veilige, billijke en doeltreffende mechanismen en procedures voor het doen van meldingen en beslechten van geschillen in gevallen van geweld en intimidatie op de werkvloer, zoals; klachten- en onderzoeksprocedures, alsmede, waar van toepassing, mechanismen voor het beslechten van geschillen op niveau van de werkvloer; mechanismen voor het beslechten van geschillen buiten de werkvloer; rechtbanken of tribunalen; bescherming tegen victimisatie van of vergelding jegens indieners van klachten, slachtoffers, getuigen en klokkenluiders; en juridische, sociale, medische en administratieve ondersteuning voor indieners van klachten en slachtoffers; de privacy van deze individuen en de vertrouwelijkheid te beschermen, voor zover mogelijk en waar van toepassing, en te waarborgen dat de vereisten voor privacy en vertrouwelijkheid niet worden misbruikt; te voorzien in sancties, waar van toepassing, in gevallen van geweld en intimidatie op de werkvloer; ervoor te zorgen dat slachtoffers van gendergerelateerd geweld en gendergerelateerde intimidatie op de werkvloer effectief toegang hebben tot genderresponsieve, veilige en doelmatige mechanismen voor het indienen van klachten en geschillenbeslechting, ondersteuning, diensten en rechtsmiddelen; de effecten van huiselijk geweld te erkennen en, voor zover redelijkerwijs praktisch uitvoerbaar, de gevolgen daarvan op de werkvloer te beperken; te waarborgen dat werknemers het recht te hebben zich terug te trekken uit een werksituatie wanneer zij redelijkerwijs kunnen aannemen dat deze een onmiddellijk en ernstig gevaar voor hun leven, gezondheid of veiligheid oplevert als gevolg van geweld en intimidatie, zonder dat zij te lijden hebben onder represailles of andere ongerechtvaardigde consequenties, alsmede de plicht om de leiding op de hoogte te stellen; en te waarborgen dat arbeidsinspecties en andere relevante autoriteiten, naargelang van toepassing, bevoegd zijn om maatregelen te nemen bij geweld en intimidatie op de werkvloer, onder andere het afgeven van bevelen die onmiddellijk in werking treden of tot het onmiddellijk stoppen met werkzaamheden wanneer er een onmiddellijk en ernstig gevaar bestaat voor het leven, de gezondheid of de veiligheid, behoudens het recht van beroep op een gerecht of een administratieve autoriteit, voorzien bij nationale wetgeving.

Rechtspraak bij dit artikel