**1.** Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt dient het recht van eenieder op een werkvloer die vrij is van geweld en intimidatie te eerbiedigen, te bevorderen en te bewerkstelligen.
**2.** Elk Lid neemt in overeenstemming met de nationale wetgeving en omstandigheden en in overleg met representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, een inclusieve, geïntegreerde en gender responsieve aanpak aan ter voorkoming en uitbanning van geweld en intimidatie op de werkvloer. Bij een dergelijke aanpak dient rekening te worden gehouden met geweld en intimidatie waarbij derden betrokken zijn, indien van toepassing, en omvat:
bij wet verbieden van geweld en intimidatie;
waarborgen dat relevant beleid geweld en intimidatie aanpakt;
aannemen van een veelomvattende strategie om maatregelen ter voorkoming en bestrijding van geweld en intimidatie te implementeren;
instellen of versterken van mechanismen voor handhaving en toezicht;
waarborgen van toegang tot rechtsmiddelen en steun voor slachtoffers;
vaststelling van sancties;
ontwikkelen van instrumenten, richtsnoeren, onderwijs en training, en vergroten bewustwording, in toegankelijke vorm naargelang van toepassing; en
waarborgen van effectieve middelen voor inspectie en onderzoek van gevallen van geweld en intimidatie, onder meer door arbeidsinspecties of andere competente lichamen.
**3.** Bij het aannemen en uitvoeren van de in het tweede lid van dit artikel genoemde aanpak, erkent elk Lid de verschillende en complementaire rollen en taken van overheden, en van werkgevers en werknemers en hun respectieve organisaties, rekening houdend met de uiteenlopende aard en omvang van hun respectieve verantwoordelijkheden.
Hoofdstuk III
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht