**1.** Elke verdragsluitende partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij op basis van commerciële marktoverwegingen tarieven vaststelt. Geen van de verdragsluitende partijen verlangt van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen dat zij andere luchtvaartmaatschappijen raadplegen over de tarieven die zij in rekening brengen of voorstellen in rekening te brengen.
**2.** Elke verdragsluitende partij kan verlangen dat de tarieven die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide verdragsluitende partijen worden berekend voor vluchten naar of vanuit haar grondgebied vooraf bij haar luchtvaartautoriteiten worden ingediend. Deze indiening door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan ten hoogste dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van ingang worden verlangd. In afzonderlijke gevallen kan indiening binnen een kortere termijn dan gewoonlijk wordt verlangd, worden toegestaan. Indien een verdragsluitende partij een luchtvaartmaatschappij toestaat een tarief op korte termijn in te dienen, treedt het tarief in werking op de voorgestelde datum voor verkeer afkomstig uit het grondgebied van die verdragsluitende partij.
**3.** Tenzij anderszins in dit artikel wordt voorzien, neemt geen van de verdragsluitende partijen unilaterale maatregelen ter voorkoming van het invoeren of handhaven van een tarief dat wordt voorgesteld te worden berekend of dat wordt berekend door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke verdragsluitende partij ten behoeve van internationaal luchtvervoer.
**4.** Het ingrijpen door de verdragsluitende partijen is beperkt tot:
het voorkomen van tarieven waarvan de toepassing concurrentiebeperkend gedrag vormt dat een concurrent ontwricht of buiten een route houdt, of dit hoogstwaarschijnlijk tot gevolg heeft of ten doel heeft;
het beschermen van consumenten tegen tarieven die onredelijk hoog of beperkend zijn als gevolg van misbruik van een dominante positie; en
het beschermen van aangewezen luchtvaartmaatschappijen tegen tarieven die kunstmatig laag zijn.
**5.** Wanneer een verdragsluitende partij van mening is dat een tarief dat een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij voorstelt in rekening te brengen voor internationaal luchtvervoer onverenigbaar is met overwegingen vervat in het vierde lid van dit artikel, verzoekt zij om overleg en stelt zij de andere verdragsluitende partij zo spoedig mogelijk in kennis van de redenen voor haar ongenoegen. Dit overleg vindt plaats uiterlijk dertig (30) dagen na ontvangst van het verzoek en de verdragsluitende partijen werken samen om de gegevens te verkrijgen die nodig zijn voor een beredeneerde oplossing van de kwestie. Indien de verdragsluitende partijen overeenstemming bereiken over een tarief waarover kennisgeving van ongenoegen is gedaan, stelt elke verdragsluitende partij al het mogelijke in het werk om deze afspraak na te komen. Bij gebreke van een dergelijke wederzijdse overeenstemming daarentegen blijft het bestaande tarief van kracht.