**1.** Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de ene verdragsluitende partij zijn uitgereikt of geldig zijn verklaard en nog van kracht zijn, worden door de andere verdragsluitende partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits deze bewijzen of vergunningen altijd werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en in overeenstemming met de minimumnormen vastgesteld uit hoofde van het Verdrag van Chicago.
**2.** Elke verdragsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere verdragsluitende partij.
**3.** Indien de voorrechten of voorwaarden van de vergunningen of bewijzen, afgegeven of geldig verklaard door een verdragsluitende partij een afwijking toestaan van de krachtens het Verdrag van Chicago vastgestelde normen, ongeacht of deze afwijking is geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, kan de luchtvaartautoriteit van andere verdragsluitende partij, onverminderd de rechten van de eerstgenoemde verdragsluitende partij ingevolge het tweede lid van artikel 10 van dit Verdrag, verzoeken om overleg met de luchtvaartautoriteit van de andere verdragsluitende partij in overeenstemming met artikel 18 van dit Verdrag, teneinde zich ervan te vergewissen dat het gebruik in kwestie voor haar aanvaardbaar is. Indien zij er niet in slagen tot een bevredigende oplossing te komen, kan dit een grond vormen voor de toepassing van het eerste lid van artikel 4 van dit Verdrag.
Artikel 9
Bewijzen van luchtwaardigheid en bevoegdheid
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Regering van de Verenigde Arabische Emiraten inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage