De Hoge Verdragsluitende Partijen zijn vastbesloten en te goeder trouw om geen
geschillen te doen ontstaan. Mochten er toch geschillen ontstaan die hen direct aangaan, meer bepaald geschillen die de regionale vrede en harmonie kunnen verstoren, nemen de Hoge Verdragsluitende Partijen niet hun toevlucht tot het dreigen met of gebruiken van geweld, maar beslechten zij dergelijke geschillen te allen tijde door vriendschappelijke onderhandelingen.
HOOFDSTUK IV
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 augustus 2022