Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanwijzing en verlening van vergunningen

Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Verenigde Mexicaanse Staten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2024

1. Elke partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten in overeenstemming met dit Verdrag en deze aanwijzing in te trekken of te wijzigen. 2. Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van aanvragen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen, verleent de andere partij de desbetreffende exploitatievergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits: de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst daadwerkelijk controleert of de aangewezen luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; de aangewezen luchtvaartmaatschappij haar voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft op het grondgebied van de aanwijzende partij; de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanvraag of aanvragen behandelt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten; en de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 13 (Veiligheid) en artikel 14 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte normen handhaaft en toepast. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment geheel of ten dele een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de bepalingen van dit Verdrag naleeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel