Naar hoofdinhoud
1. In het kader van artikel 3 mogen de leden van het personeel van de ene partij verblijven op het grondgebied van de andere partij. De bevoegde autoriteiten van de zendende partij stellen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij vooraf op de hoogte van de identiteit van de leden van het personeel die haar grondgebied betreden. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij worden eveneens op de hoogte gesteld van de datum van vertrek van hun grondgebied. 2. Bij binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende partij dienen de leden van het personeel van de zendende partij in het bezit te zijn van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. Zij dienen daarnaast in het bezit te zijn van een individuele of collectieve dienstopdracht, afgegeven door de bevoegde dienst van de zendende partij. 3. Ten behoeve van dit Verdrag verblijven de leden van het personeel van de zendende partij slechts tijdelijk op het grondgebied van de ontvangende partij en worden niet geacht recht op permanent verblijf op dit grondgebied te verwerven. 4. De autoriteiten van de ontvangende partij verlenen waar mogelijk hun assistentie aan de leden van het personeel van de zendende partij bij het oplossen van alle problemen die zich bij binnenkomst op of vertrek van het grondgebied kunnen voordoen met de douane- of politieautoriteiten van de ontvangende partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel