**1.** Ieder die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst handelt in kleine huisdieren of deze commercieel fokt of in pension heeft, dan wel een dierenasiel beheert, dient binnen een door elke Partij vast te stellen passende termijn zulks op te geven aan de bevoegde autoriteit.
Ieder die voornemens is zich met één van deze activiteiten bezig te houden, dient dit voornemen op te geven aan de bevoegde autoriteit.
**2.** In deze opgave dient te worden vermeld:
het soort kleine huisdieren dat hierbij is of wordt betrokken;
de verantwoordelijke persoon en zijn kennis;
een beschrijving van de gebouwen en voorzieningen die worden gebruikt of zullen worden gebruikt.
**3.** De bovengenoemde activiteiten mogen slechts worden verricht:
indien de verantwoordelijke persoon beschikt over de kennis en vaardigheden die voor de activiteit zijn vereist, ofwel als resultaat van een beroepsopleiding, danwel van voldoende ervaring met kleine huisdieren, en
indien de gebouwen en voorzieningen die voor de activiteit worden gebruikt, voldoen aan de in artikel 4 gestelde eisen.
**4.** De bevoegde autoriteit bepaalt op grond van de opgave ingevolge het eerste lid of er al dan niet wordt voldaan aan de in het derde lid gestelde voorwaarden. Indien niet in voldoende mate aan deze voorwaarden wordt voldaan, beveelt zij maatregelen aan en, indien noodzakelijk voor het welzijn van de dieren, verbiedt zij het aanvangen met of het voortzetten van de activiteit.
**5.** De bevoegde autoriteit controleert, overeenkomstig de nationale wetgeving, of al dan niet aan de bovengenoemde voorwaarde wordt voldaan.
HOOFDSTUK II
Artikel 8
Handel, commercieel fokken en in pension hebben, dierenasiels
Onderdeel van Europese Overeenkomst tot bescherming van kleine huisdieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023