Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel V

Erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs

Onderdeel van Mondiale Overeenkomst inzake de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs· Onderwijsrecht

1. Elke staat die partij is erkent een kwalificatie in het hoger onderwijs die in een andere staat die partij is, is toegekend, tenzij er aanzienlijke verschillen kunnen worden aangetoond tussen de kwalificatie waarvan de erkenning wordt nagestreefd en de corresponderende kwalificatie in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd. Als alternatief kan een staat die partij is volstaan met het bieden van de mogelijkheid aan de houder van een kwalificatie die is afgegeven in een andere staat die partij is, een beoordeling van die kwalificatie te verkrijgen, op verzoek van de houder. 2. Kwalificaties in het hoger onderwijs die zijn verkregen door erkende niet-traditionele manieren van leren die onderworpen zijn aan vergelijkbare kwaliteitsborgingsmechanismen en die als onderdeel worden beschouwd van het hoger onderwijsstelsel van een staat die partij is, worden beoordeeld volgens de regels en voorschriften van een staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd, of een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die worden toegepast op soortgelijke kwalificaties die verkregen zijn met traditionele manieren van leren. 3. Kwalificaties in het hoger onderwijs die zijn verkregen via grensoverschrijdend onderwijs met internationale gezamenlijke graden of via elk ander gezamenlijk programma dat in meer dan een land wordt gevolgd, waarvan ten minste één staat die partij is bij deze Overeenkomst, worden beoordeeld volgens de regels en voorschriften van de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd, of een samenstellend deel daarvan, gebruikmakend van dezelfde criteria als die worden toegepast op kwalificaties die worden verkregen door programma’s die worden gevolgd in een enkel land. 4. Erkenning in een staat die partij is van een kwalificatie in het hoger onderwijs afgegeven in een andere staat die partij is heeft ten minste een van de volgende resultaten: Het geeft de houder het recht toelating aan te vragen tot het hoger onderwijs onder dezelfde voorwaarden als van toepassing zijn op houders van kwalificaties in het hoger onderwijs van de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd; en/of Het geeft de houder het recht de titel te gebruiken die verbonden is aan de kwalificatie in het hoger onderwijs in overeenstemming met de wetten of voorschriften van de staat die partij is, of van het samenstellend deel daarvan, waarin naar erkenning wordt gestreefd. Daarnaast kan de beoordeling en erkenning gekwalificeerde aanvragers in staat stellen werk te zoeken, met inachtneming van de wetten en voorschriften van de staat die partij is, of van het samenstellend deel daarvan, waarin naar erkenning wordt gestreefd. 5. Wanneer een bevoegde erkenningsautoriteit aanzienlijke verschillen kan aantonen tussen de kwalificatie waarvan de erkenning wordt nagestreefd en de corresponderende kwalificatie in de staat die partij is waarin naar erkenning wordt gestreefd, spant de bevoegde erkenningsautoriteit zich in om vast te stellen of gedeeltelijke erkenning kan worden toegestaan. 6. Elke staat die partij is kan de erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs die behaald zijn door grensoverschrijdend onderwijs of bij buitenlandse onderwijsinstellingen die in zijn rechtsgebied werkzaam zijn afhankelijk maken van specifieke eisen binnen de wet- of regelgeving van de staat die partij is, of een samenstellend deel daarvan, of van specifieke overeenkomsten die gesloten zijn met de staat van oorsprong van deze instellingen die partij is.

Rechtspraak bij dit artikel