Uitgezonderd in de gevallen voorzien in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b, van dit Verdrag kan de verzoekende Partij niet zonder de instemming van de aangezochte Partij de persoon die aan haar is uitgeleverd en die door een derde partij wordt gezocht wegens strafbare feiten gepleegd vóór deze uitlevering, niet aan een derde partij uitleveren. De aangezochte Partij kan overlegging van de in artikel 6 van dit Verdrag bedoelde documenten en informatie verzoeken.
Artikel 14
Verdere uitlevering aan een derde partij
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2023