Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Beslechting van geschillen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake de voorrechten en immuniteiten van verbindingsofficieren die door Oekraïne bij Europol gedetacheerd worden· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022

1. Elk geschil tussen de zendstaat en de Regering betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag of enige kwestie die betrekking heeft op de verbindingsofficier of op de verhouding tussen de zendstaat en de Regering, wordt door de verdragsluitende partijen door middel van onderhandelingen beslecht. 2. Elk in het eerste lid bedoeld geschil dat niet door middel van onderhandelingen kan worden beslecht, wordt op verzoek van de zendstaat of van de Regering ter onherroepelijke beslissing voorgelegd aan een tribunaal bestaande uit drie arbiters. Elke verdragsluitende partij benoemt een arbiter. De derde arbiter, die voorzitter van het tribunaal zal zijn, wordt gekozen door de eerste twee arbiters. 3. Indien een van de verdragsluitende partijen verzuimt een arbiter te benoemen binnen twee maanden na een verzoek van de andere verdragsluitende partij een dergelijke benoeming te verrichten, kan de andere verdragsluitende partij de President van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, of in zijn afwezigheid de Vicepresident, verzoeken deze benoeming te verrichten. 4. Indien de eerste twee arbiters binnen twee maanden na hun benoeming geen overeenstemming bereiken over de derde, kan elke verdragsluitende partij de President van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, of in zijn afwezigheid de Vicepresident, verzoeken deze benoeming te verrichten. 5. Tenzij de verdragsluitende partijen anders overeenkomen, stelt het tribunaal zijn eigen procedure vast. 6. Het tribunaal neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. De voorzitter heeft een beslissende stem. De beslissing is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil. De voorlopige toepassing betreft het eerste lid. De voorlopige toepassing betreft het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel