Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Partijen zien af van het instellen van vorderingen tot schadevergoeding tegen elkaar wegens schade aan of verlies van zaken die hun eigendom zijn en die door hun strijdkrachten worden gebruikt in het kader van dit Verdrag en wegens letsel, met inbegrip van letsel de dood tot gevolg hebbend, geleden door hun Personeel voortvloeiend uit het vervullen van officiële taken. 2. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op vorderingen van de Verdragsluitende Partijen indien de schade aan of verlies van eigendommen of het letsel het gevolg is van het oogmerk schade toe te brengen aan of het verlies te veroorzaken van eigendommen of letsel te veroorzaken. De Verdragsluitende Partijen bepalen gezamenlijk of er sprake was van het oogmerk schade toe te brengen aan of verlies te veroorzaken van hun eigendommen, of letsel toe te brengen. In dat geval stellen zij tevens gezamenlijk de kosten vast die verband houden met de afwikkeling van de vordering. 3. Vorderingen tot schadevergoeding wegens schade aan of verlies van eigendommen of wegens letsel toegebracht aan Personeel van een Verdragsluitende Partij tijdens of als gevolg van het uitvoeren van Militaire Activiteiten worden in der minne geschikt. Wanneer echter een Verdragsluitende Partij verplicht wordt tot het betalen van schadevergoeding aan een lid van het Personeel van de andere Verdragsluitende Partij, naar aanleiding van een door dat lid ingestelde zaak in verband met die schade aan of dat verlies van zijn eigendom of wegens letsel, dan gaat de andere Verdragsluitende Partij over tot volledige terugbetaling aan deze Verdragsluitende Partij. Dergelijke terugbetaling omvat tevens de kosten en uitgaven voor het uitvoeren van de procedures. Terugbetaling vindt niet plaats wanneer er sprake is van een oogmerk schade aan of verlies van eigendommen of letsel te veroorzaken, zoals gezamenlijk door de Verdragsluitende Partijen wordt bepaald. 4. Vorderingen tot schadevergoeding van derden, behoudens vorderingen uit overeenkomst, wegens schade aan of verlies van eigendommen of letsel, veroorzaakt door het Personeel van de Zendstaat of door Personeel van beide Verdragsluitende Partijen tijdens het uitvoeren van Militaire Activiteiten, worden door de Ontvangende Staat, mede namens de Zendstaat afgewikkeld, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat. Wanneer deze afwikkeling namens de Zendstaat plaatsvindt, pleegt de Ontvangende Staat overleg met de Zendstaat alvorens tot afwikkeling van de vordering over te gaan. Wanneer uitsluitend de Zendstaat verantwoordelijk is, wordt het bedrag van de schadevergoeding die wordt toegekend of vastgesteld gedeeld in de verhouding van 75 procent ten laste van de Zendstaat en 25 procent ten laste van de Ontvangende Staat. Wanneer het niet mogelijk is de schade specifiek toe te wijzen aan een van de Verdragsluitende Partijen of aan beide, wordt het toegekende of vastgestelde bedrag gelijkelijk tussen beide Verdragsluitende Partijen verdeeld, ongeacht hun respectieve aandeel in de verantwoordelijkheid. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de Zendstaat terugbetaald overeenkomstig zijn aandeel in het bedrag van de schadevergoeding. 5. Vorderingen tot schadevergoeding van derden, behoudens vorderingen uit overeenkomst, wegens schade aan of verlies van eigendommen of letsel, veroorzaakt door het Personeel van de Zendstaat buiten het uitvoeren van Militaire Activiteiten, kunnen door de Ontvangende Staat op onverplichte basis namens de Zendstaat worden afgewikkeld, na goedkeuring door de Zendstaat. De Ontvangende Staat zendt daartoe een goed onderbouwd advies naar de Zendstaat. Afwikkeling vindt plaats in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de Zendstaat terugbetaald. 6. De Zendstaat gaat na bij de eigenaar of verhuurder van niet-militaire motorvoertuigen, die ter beschikking worden gesteld aan het Personeel van de Zendstaat, of deze deugdelijk zijn verzekerd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende Staat. 7. De Zendstaat en zijn Personeel zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de gerechtshoven van de Ontvangende Staat bij zaken die aanhangig worden gemaakt wegens verlies, schade of letsel veroorzaakt tijdens of als gevolg van het uitvoeren van Militaire Activiteiten. 8. De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe volledig met elkaar samen te werken bij de uitvoering van de bepalingen van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel