De Ontvangende Staat heeft de algehele verantwoordelijkheid voor de opsporings- en reddingsactiviteiten in het geval van een ongeval, incident of noodgeval op zijn grondgebied en/of in zijn vluchtinformatiegebied zoals omschreven in Hoofdstuk I van Bijlage II bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ondertekend op 7 december 1944, in verband met Militaire Activiteiten die uit hoofde van dit Verdrag plaatsvinden. Al het materieel en Personeel en/of vertegenwoordigers van de Zendstaat mogen deelnemen aan alle opsporings- en reddingsactiviteiten die verband houden met het incident, onder voorbehoud van voorafgaande coördinatie met de desbetreffende autoriteiten van de Ontvangende Staat.
Artikel XIV
Opsporing en redding
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël inzake de status van hun strijdkrachten· Staats- en bestuursrecht