Naar hoofdinhoud
1. De partijen treffen alle algemene of bijzondere maatregelen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te verzekeren en onthouden zich van alle maatregelen welke de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst in gevaar kunnen brengen. 2. De tenuitvoerlegging van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen doet geen afbreuk aan de rechten en plichten van elke partij die voortvloeien uit de deelname aan internationale organisaties en/of internationale overeenkomsten, met name het Verdrag en de Doortochtovereenkomst. 3. Bij de toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen zullen de partijen, binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst: alle unilaterale administratieve, technische of andere maatregelen die een indirecte beperking kunnen vormen en een discriminerend effect kunnen hebben op de verlening van luchtdiensten in het kader van deze Overeenkomst, verbieden; en zich ervan weerhouden administratieve, technische of wetgevende maatregelen ten uitvoer te leggen die een discriminerend effect kunnen hebben op onderdanen of bedrijven of ondernemingen van de andere partij bij het verlenen van de onder deze Overeenkomst vallende diensten.

Rechtspraak bij dit artikel