Naar hoofdinhoud
1. Interest afkomstig uit een verdragsluitende staat en betaald aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat, mag in die andere staat worden belast. 2. Deze interest mag echter ook in de verdragsluitende staat waaruit hij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een inwoner van de andere verdragsluitende staat is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden: 5 percent van het brutobedrag van de interest betaald ter zake van een lening verstrekt door een financiële instelling voor infrastructuurprojecten met een looptijd van ten minste 3 jaar; 10 percent van het brutobedrag van de interest in alle overige gevallen. 3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, is interest afkomstig uit een verdragsluitende staat en verkregen door een inwoner van de andere verdragsluitende staat die de uiteindelijk gerechtigde is, slechts belastbaar in de verdragsluitende staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde inwoner is, indien aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan: de schuldenaar of de genieter van de interest is de regering van een verdragsluitende staat zelf, een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of de centrale bank van een verdragsluitende staat; de interest wordt betaald ter zake van een lening verstrekt, goedgekeurd, gegarandeerd of (her)verzekerd door de regering van een verdragsluitende staat, de centrale bank van een verdragsluitende staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan; de interest wordt betaald ter zake van een lening verstrekt door een financiële instelling aan een financiële instelling; de interest wordt betaald ter zake van een lening voor de financiering of voorfinanciering van exporten; de interest wordt betaald ter zake van de verkoop op afbetaling van koopwaar door een onderneming aan een andere onderneming, met inbegrip van industriële, commerciële of wetenschappelijke uitrusting, mits het krediet niet langer uitstaat dan 183 dagen; de interest wordt betaald aan een erkend pensioenfonds. 4. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomen uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek, en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomen uit overheidsleningen en inkomen uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan dergelijke leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen en elk ander bestanddeel dat door de belastingwetgeving van de staat waarvan het lichaam dat de uitbetaling doet inwoner is, behandeld wordt als inkomen uit schuldvorderingen. Opgelegde boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt. 5. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het vermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing. 6. Interest wordt geacht uit een verdragsluitende staat afkomstig te zijn indien deze wordt betaald door een inwoner van die staat. Indien evenwel de persoon die de interest betaalt, of hij inwoner van een verdragsluitende staat is of niet, in een andere staat dan de staat waarvan hij inwoner is een vaste inrichting heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting, wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de staat waar de vaste inrichting is gelegen. 7. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder een dergelijke verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel