Naar hoofdinhoud
1. Behoudens indien anders bepaald in dit artikel, heeft een inwoner van een verdragsluitende staat geen recht op een voordeel dat anders uit hoofde van dit Verdrag zou worden toegekend, tenzij die inwoner op het tijdstip dat het voordeel anders zou worden toegekend een gekwalificeerd persoon is zoals omschreven in het tweede lid. 2. Een inwoner van een verdragsluitende staat is een gekwalificeerd persoon op een tijdstip waarop een voordeel anders zou worden toegekend uit hoofde van dit Verdrag indien de inwoner op dat moment: een natuurlijke persoon is; die verdragsluitende staat is, een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, de centrale bank van die verdragsluitende staat of een agentschap of instantie van die verdragsluitende staat of staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam; een lichaam of andere entiteit is indien de voornaamste soort van de aandelen daarvan regelmatig verhandeld wordt op een of meer erkende effectenbeurzen; een erkend pensioenfonds is, indien bij aanvang van het belastingjaar waarvoor het voordeel wordt gevraagd ten minste 50 percent van de rechthebbenden, leden of deelnemers van die persoon natuurlijke personen zijn die inwoner zijn van een van de verdragsluitende staten; of een persoon is, niet zijnde een natuurlijke persoon, indien op dat tijdstip en op ten minste de helft van het aantal dagen van een periode van twaalf maanden, waarbinnen dat tijdstip valt, personen die inwoner zijn van die verdragsluitende staat en die gekwalificeerde personen zijn op grond van de onderdelen a, b, c of d, direct of indirect ten minste 50 percent bezitten van de aandelen van die persoon. 3. Een inwoner van een verdragsluitende staat is gerechtigd tot voordelen van dit Verdrag ter zake van een inkomensbestanddeel dat hij uit de andere verdragsluitende staat verkrijgt, ongeacht of de inwoner een gekwalificeerd persoon is, indien die persoon zich in de eerstgenoemde verdragsluitende staat actief bezighoudt met de uitoefening van een bedrijf en het uit het andere verdragsluitende staat verkregen inkomen voortkomt uit, of bijkomstig is aan, dat bedrijf. Voor de toepassing van dit artikel omvat de uitdrukking „actieve uitoefening van een bedrijf“ niet de volgende activiteiten of een combinatie daarvan: het optreden als een houdstermaatschappij, als de relevante substance ontbreekt, waaronder menselijke en materiële middelen, om op adequate wijze te voorzien in actief algemeen toezicht op of het bestuur van een groep van lichamen; het verzorgen van groepsfinanciering (daaronder begrepen passieve cashpooling); het doen of beheren van beleggingen, tenzij die activiteiten uitgeoefend worden door een bank, een verzekeringsmaatschappij of een geregistreerd effectenbedrijf in de normale uitoefening van hun bedrijf als dusdanig; of het houden of beheren van immaterieel eigendom als de relevante substance ontbreekt om het immaterieel eigendom op adequate wijze te ontwikkelen en te verbeteren. Indien een inwoner van een verdragsluitende staat een inkomensbestanddeel verkrijgt uit een bedrijfsactiviteit welke die inwoner uitoefent in de andere verdragsluitende staat, of een uit de andere verdragsluitende staat afkomstig inkomensbestanddeel verkrijgt van een verbonden persoon, wordt alleen dan aangenomen dat de in onderdeel a genoemde voorwaarden vervuld zijn met betrekking tot dat inkomensbestanddeel wanneer de door de inwoner in de eerstgenoemde verdragsluitende staat uitgeoefende bedrijfsactiviteit waarmee het inkomensbestanddeel verband houdt substantieel is ten opzichte van dezelfde activiteit of van een aanvullende bedrijfsactiviteit die door de inwoner of die verbonden persoon in de andere verdragsluitende staat uitgeoefend wordt. Of een bedrijfsactiviteit voor de toepassing van dit lid substantieel is, wordt bepaald op grond van alle feiten en omstandigheden. 4. Een inwoner van een verdragsluitende staat die geen gekwalificeerd persoon is, is evenwel gerechtigd tot een voordeel dat anders uit hoofde van dit Verdrag ter zake van een inkomensbestanddeel zoals omschreven in het respectieve lid of artikel zou worden toegekend indien in alle andere gevallen personen die gelijkwaardige gerechtigden (equivalent beneficiaries) zijn op ten minste de helft van het aantal dagen van een tijdvak van twaalf maanden, waarbinnen het tijdstip valt waarop het voordeel anders zou toegekend zijn, direct of indirect ten minste 85 percent bezitten van de aandelen van de inwoner. 5. Indien een inwoner van een verdragsluitende staat geen gekwalificeerd persoon is en ook niet gerechtigd is tot voordelen ingevolge het derde of vierde lid, mag de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat waarin een voordeel is geweigerd onder de voorgaande leden van dit artikel niettemin de voordelen van dit Verdrag of voordelen ter zake van een inkomensbestanddeel omschreven in het respectieve lid of artikel toekennen, rekening houdend met het voorwerp en doel van het Verdrag, maar uitsluitend wanneer die inwoner tot tevredenheid van die bevoegde autoriteit kan aantonen dat het verkrijgen van deze voordelen niet een van de voornaamste doelen was, noch van zijn oprichting, verwerving of instandhouding, noch van het verrichten van zijn werkzaamheden. De bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat bij wie een verzoek werd ingediend op grond van dit lid door een inwoner van de andere verdragsluitende staat, raadpleegt, alvorens het verzoek in te willigen of af te wijzen, de bevoegde autoriteit van die andere verdragsluitende staat. 6. Voor de toepassing van dit artikel: betekent de uitdrukking „voornaamste soort van aandelen” de soort of soorten van aandelen van een lichaam of entiteit die de meerderheid van het totale aantal stemmen en de waarde van het lichaam of de entiteit vertegenwoordigen; betekent, met betrekking tot entiteiten die geen lichamen zijn, de uitdrukking „aandelen” belangen die vergelijkbaar zijn met aandelen; worden twee personen als „verbonden personen” beschouwd wanneer een van hen direct of indirect ten minste 50 percent bezit van het uiteindelijke belang in de andere persoon (of, in het geval van een lichaam, ten minste 50 percent van het totale aantal stemmen en van de waarde van aandelen van het lichaam) of wanneer een andere persoon direct of indirect ten minste 50 percent bezit van het uiteindelijke belang in elke persoon (of, in het geval van een lichaam, ten minste 50 percent van het totale aantal stemmen en van de waarde van aandelen van het lichaam). In alle gevallen is een persoon gerelateerd aan een andere persoon indien uit alle relevante feiten en omstandigheden blijkt dat de ene zeggenschap heeft over de andere of dat ze beiden onder zeggenschap staan van dezelfde persoon of personen, en betekent de uitdrukking „gelijkwaardige gerechtigde” (equivalent beneficiary) elke persoon die ter zake van een inkomensbestanddeel gerechtigd zou zijn tot voordelen die door een verdragsluitende staat, hetzij ingevolge de nationale wetgeving van die verdragsluitende staat, hetzij ingevolge dit Verdrag, hetzij ingevolge elke andere internationale overeenkomst worden toegekend, en die gelijkwaardig zijn aan, of gunstiger zijn dan, de voordelen die ingevolge het Verdrag ter zake van dat inkomensbestanddeel dienen te worden toegekend. Om te bepalen of een persoon al dan niet een gelijkwaardige gerechtigde is ter zake van dividenden die door een lichaam worden ontvangen, wordt de persoon geacht een lichaam te zijn en hetzelfde aantal stemmen te bezitten van het lichaam dat de dividenden betaalt als het aantal stemmen van het lichaam dat het voordeel ter zake van de dividenden vraagt. 7. Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag, wordt een voordeel uit hoofde van dit Verdrag niet toegekend met betrekking tot een inkomensbestanddeel indien, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat het verkrijgen van dat voordeel een van de voornaamste doelen was van een constructie of transactie die direct of indirect tot dat voordeel heeft geleid, tenzij wordt vastgesteld dat toekenning van dat voordeel onder deze omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante bepalingen van dit Verdrag. De bevoegde autoriteit van een verdragsluitende staat raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende staat alvorens een voordeel uit hoofde van dit lid te weigeren. 8. Indien een persoon een voordeel uit hoofde van dit Verdrag wordt geweigerd ingevolge het zevende lid, dient de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat die het voordeel anderszins zou hebben toegekend deze persoon desalniettemin te behandelen alsof deze recht heeft op dit voordeel of op andere voordelen ter zake van een specifiek inkomensbestanddeel, indien deze bevoegde autoriteit, op verzoek van deze persoon en na bestudering van de relevante feiten en omstandigheden, vaststelt dat deze voordelen zouden zijn verleend bij het ontbreken van de transactie of de constructie bedoeld in het zevende lid. De bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat bij wie het verzoek is ingediend, raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere staat alvorens een verzoek dat door een inwoner van die andere staat overeenkomstig dit lid is ingediend af te wijzen. 9. Wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat een inkomensbestanddeel verkrijgt uit de andere verdragsluitende staat en de eerstgenoemde verdragsluitende staat dat inkomensbestanddeel behandelt als een inkomensbestanddeel dat kan worden toegerekend aan een in een derde rechtsgebied gelegen vaste inrichting van die onderneming; en de winst die aan die vaste inrichting kan worden toegerekend vrijgesteld is van belasting in het eerstgenoemde verdragsluitende rechtsgebied, zijn de voordelen van dit Verdrag niet van toepassing op enig inkomensbestanddeel tenzij daarvoor de belasting in het derde rechtsgebied meer bedraagt dan 60 percent van de belasting die in de eerstgenoemde staat over dat inkomensbestanddeel geheven zou worden, indien die vaste inrichting in de eerstgenoemde staat gelegen zou zijn. In dat geval blijft elk inkomensbestanddeel waarop de bepalingen van dit lid van toepassing zijn, belastbaar overeenkomstig de nationale wetgeving van de andere staat, niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag. 10. De bepalingen van het negende lid zijn niet van toepassing indien het uit de andere staat verkregen inkomensbestanddeel voortkomt uit of bijkomstig is aan de actieve uitoefening van een bedrijf met behulp van de vaste inrichting. 11. Indien een voordeel waarin dit Verdrag voorziet op grond van de bepalingen van het negende lid geweigerd wordt ter zake van een inkomensbestanddeel dat werd verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat, mag de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende staat niettemin dit voordeel toekennen ter zake van dat inkomensbestanddeel indien die bevoegde autoriteit naar aanleiding van een door die inwoner ingediend verzoek oordeelt dat het toekennen van dit voordeel gerechtvaardigd is, gelet op de redenen waarom die inwoner niet aan de vereisten van dit lid voldeed (zoals het bestaan van verliezen). De bevoegde autoriteit van een verdragsluitende staat raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende staat alvorens een voordeel uit hoofde van het negende lid af te wijzen of een verzoek uit hoofde van dit lid in te willigen of af te wijzen.

Rechtspraak bij dit artikel