Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Douanerechten en heffingen

Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en IJsland· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2023

1. Elke partij stelt op basis van wederkerigheid een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij in de ruimst mogelijke mate die haar nationale wetgeving toestaat vrij van douanerechten, accijnzen, inspectiekosten en andere nationale rechten en lasten op luchtvaartuigen, brandstof, smeermiddelen, technische verbruiksvoorraden, reserveonderdelen met inbegrip van motoren, normale uitrustingsstukken, boordproviand (met inbegrip van onder andere etenswaren, dranken en sterke dranken, tabaksartikelen, alsmede overige producten bestemd voor de verkoop of uitsluitend voor gebruik in verband met de exploitatie of het onderhoud van luchtvaartuigen) en andere goederen, zoals voorraden gedrukte tickets, luchtvrachtbrieven, drukwerk waarop het embleem van de maatschappij voorkomt en gebruikelijk reclamemateriaal dat door die aangewezen luchtvaartmaatschappij gratis wordt verspreid en bestemd is voor gebruik of uitsluitend wordt gebruikt in verband met de exploitatie of het onderhoud van luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van deze andere partij die de overeengekomen diensten exploiteert. 2. De in dit artikel toegekende vrijstellingen zijn van toepassing op de in het eerste lid van dit artikel genoemde goederen: die door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij op het grondgebied van de partij zijn binnengebracht; die bij aankomst op of vertrek uit het grondgebied van een partij aan boord van het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij blijven; of die aan boord worden genomen van het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij op het grondgebied van de andere partij en die bestemd zijn voor gebruik tijdens de exploitatie van de overeengekomen diensten, ongeacht of dergelijke goederen geheel worden gebruikt of verbruikt op het grondgebied van de partij die de vrijstelling verleent, mits de eigendom van dergelijke goederen niet op het grondgebied van genoemde partij wordt overgedragen. 3. Normale boorduitrustingsstukken alsmede de goederen en voorraden die normaal gesproken aan boord van het luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij blijven, mogen op het grondgebied van de andere partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In een dergelijk geval kunnen deze goederen onder toezicht van genoemde autoriteiten worden geplaatst tot het tijdstip waarop ze weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen. 4. De in dit artikel voorziene vrijstellingen zijn ook beschikbaar in situaties waarin de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij met andere luchtvaartmaatschappijen regelingen is aangegaan voor het op het grondgebied van de andere partij lenen of overdragen van de in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde goederen, mits die andere luchtvaartmaatschappijen dezelfde vrijstellingen genieten van de andere partij. 5. Niets in dit Verdrag belet een partij op basis van non-discriminatie belastingen, toeslagen, rechten, lasten of heffingen te heffen over brandstof geleverd op zijn grondgebied voor gebruik in een luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij dat vliegt tussen een punt op het grondgebied van die partij of een punt op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een lidstaat van de Europese Vrijhandelsassociatie.

Rechtspraak bij dit artikel