**1.** De definities in artikel 1 en artikel 18, lid 3, van het verdrag zijn op dit protocol van toepassing.
**2.** Voor de toepassing van dit protocol wordt bovendien verstaan onder:
„centrale autoriteit”: de autoriteit of autoriteiten die krachtens een verdrag of regeling inzake wederzijdse bijstand zijn aangewezen op basis van tussen de betrokken partijen geldende uniforme of wederkerige wetgeving, of, bij gebreke daarvan, de autoriteit of autoriteiten die een partij heeft aangewezen uit hoofde van artikel 27, lid 2, punt a), van het verdrag;
„bevoegde autoriteit”: een gerechtelijke, bestuurlijke of andere rechtshandhavingsinstantie die krachtens het nationale recht bevoegd is om de uitvoering van maatregelen uit hoofde van dit protocol te gelasten, toe te staan of uit te voeren met het oog op het vergaren of verstrekken van bewijsmateriaal met betrekking tot specifieke strafrechtelijke onderzoeken of procedures;
„noodsituatie”: een situatie waarin er een aanzienlijk en imminent risico bestaat voor
het leven of de veiligheid van een natuurlijke persoon;
„persoonsgegevens”: informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
„doorgevende partij”: de partij die de gegevens doorzendt naar aanleiding van een verzoek of in het kader van een gemeenschappelijk onderzoeksteam of, voor de toepassing van hoofdstuk II, afdeling 2, een partij op het grondgebied waarvan zich een serviceprovider die doorgiftediensten aanbiedt of een entiteit die domeinnaamregistratiediensten aanbiedt, bevindt.
HOOFDSTUK I
Artikel 3
– Definities
Onderdeel van Tweede aanvullend protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, inzake nauwere samenwerking en verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal· Strafrecht