Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II › AFDELING 3

Artikel 8

– Uitvoering geven aan bevelen van een andere partij om abonnee-informatie en verkeersgegevens met spoed te verstrekken

Onderdeel van Tweede aanvullend protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, inzake nauwere samenwerking en verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal· Strafrecht

1. Iedere partij stelt de nodige wetgevende en andere maatregelen vast om haar bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te verlenen een bevel uit te vaardigen dat in het kader van een verzoek bij een andere partij wordt ingediend teneinde een serviceprovider op het grondgebied van de aangezochte partij te verplichten tot verstrekking van gespecificeerde opgeslagen abonnee-informatie, en verkeersgegevens die in het bezit zijn van die serviceprovider of tot toegang waartoe die serviceprovider gerechtigd is, indien die gegevens noodzakelijk zijn voor een specifiek strafrechtelijk onderzoek of een specifieke strafprocedure van de partij. 2. Iedere partij stelt de nodige wetgevende en andere maatregelen vast om uitvoering te geven aan een door een verzoekende partij krachtens lid 1 ingediend bevel. 3. In haar verzoek dient de verzoekende partij het in lid 1 bedoelde bevel, de ondersteunende informatie en eventuele bijzondere procedurele instructies in bij de aangezochte partij. In het bevel worden de volgende gegevens vermeld: de uitvaardigende autoriteit en de datum van uitvaardiging van het bevel; een verklaring dat het bevel uit hoofde van dit protocol wordt ingediend; de naam en het adres van de serviceprovider(s) aan wie het bevel moet worden betekend; de strafbare feiten waarop het strafrechtelijk onderzoek of de strafprocedure betrekking heeft; de autoriteit die de informatie of de gegevens opvraagt, indien dat niet de uitvaardigende autoriteit is; en een gedetailleerde beschrijving van de gevraagde specifieke informatie of gegevens. In de ondersteunende informatie, die wordt verstrekt om de aangezochte partij te helpen uitvoering te geven aan het bevel en die niet zonder toestemming van de verzoekende partij aan de serviceprovider mag worden verstrekt, wordt het volgende vermeld: de nationale rechtsgrondslagen uit hoofde waarvan de autoriteit bevoegd is het bevel uit te vaardigen; de wettelijke bepalingen en de toepasselijke straffen voor het strafbaar feit dat wordt onderzocht of vervolgd; de reden waarom de verzoekende partij van mening is dat de serviceprovider in het bezit is van de gegevens of gerechtigd is tot toegang daartoe; een samenvatting van de feiten in verband met het onderzoek of de procedure; de relevantie van de informatie of gegevens voor het onderzoek of de procedure; de contactgegevens van de autoriteit of autoriteiten die nadere informatie kunnen verstrekken; of reeds om bewaring van de informatie of gegevens is verzocht, met opgave van de bewaringsdatum en eventuele toepasselijke referentienummers; en of de informatie of de gegevens al op andere wijze zijn opgevraagd, en zo ja, op welke wijze. De verzoekende partij kan de aangezochte partij verzoeken bijzondere procedurele instructies uit te voeren. 4. Een partij kan bij de ondertekening van dit protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring en op enig ander tijdstip verklaren dat aanvullende ondersteunende informatie vereist is om uitvoering te gegeven aan bevelen als bedoeld in lid 1. 5. De aangezochte partij aanvaardt verzoeken in elektronische vorm. Zij mag een passend niveau van beveiliging en authenticatie vereisen alvorens het verzoek te aanvaarden. 6. Vanaf de datum waarop de aangezochte partij alle in de leden 3 en 4 genoemde informatie heeft ontvangen, levert zij redelijke inspanningen om de serviceprovider binnen vijfenveertig dagen, zo niet eerder, van dienst te zijn, en gelast zij de toezending van de gevraagde informatie of gegevens binnen: twintig dagen voor abonnee-informatie; en vijfenveertig dagen voor verkeersgegevens. De aangezochte partij zorgt ervoor dat de te verstrekken informatie of gegevens onverwijld aan de verzoekende partij worden toegezonden. 7. Indien de aangezochte partij de in lid 3, punt c), bedoelde instructies niet op de gevraagde wijze kan opvolgen, stelt zij de verzoekende partij daarvan onverwijld in kennis en geeft zij, indien van toepassing, aan onder welke voorwaarden zij aan het verzoek zou kunnen voldoen, waarna de verzoekende partij bepaalt of het verzoek toch moet worden uitgevoerd. 8. De aangezochte partij mag weigeren een verzoek uit te voeren op de gronden die zijn vastgesteld in artikel 25, lid 4, of artikel 27, lid 4, van het verdrag, of kan voorwaarden opleggen die zij noodzakelijk acht om uitvoering van het verzoek mogelijk te maken. De aangezochte partij mag de uitvoering van verzoeken uitstellen om redenen die uit hoofde van artikel 27, lid 5, van het verdrag zijn vastgesteld. De aangezochte partij stelt de verzoekende partij zo spoedig mogelijk in kennis van de weigering, de voorwaarden of het uitstel. De aangezochte partij stelt de verzoekende partij tevens in kennis van andere omstandigheden die de uitvoering van het verzoek aanzienlijk kunnen vertragen. Artikel 28, lid 2, punt b), van het verdrag is van toepassing op dit artikel. 9. Indien de verzoekende partij niet kan voldoen aan een door de aangezochte partij uit hoofde van lid 8 opgelegde voorwaarde, stelt zij de aangezochte partij daarvan onverwijld in kennis. De aangezochte partij bepaalt vervolgens of de informatie of het materiaal toch moet worden verstrekt. Indien de verzoekende partij de voorwaarde aanvaardt, is zij daardoor gebonden. Een aangezochte partij die informatie of materiaal verstrekt waarvoor een dergelijke voorwaarde geldt, kan van de verzoekende partij, met betrekking tot die voorwaarde, nadere uitleg verlangen omtrent het gebruik dat van deze informatie of van dit materiaal is gemaakt. 10. Iedere partij deelt bij de ondertekening van het protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring de secretaris-generaal van de Raad van Europa de contactgegevens en alle wijzigingen daarvan mee van de autoriteiten die zijn aangewezen: voor het indienen van een bevel krachtens dit artikel; en voor het in ontvangst nemen van een bevel uit hoofde van dit artikel. 11. Een partij kan bij de ondertekening van dit protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring verklaren dat zij verlangt dat verzoeken van andere partijen uit hoofde van dit artikel bij haar worden ingediend door de centrale autoriteit van de verzoekende partij of door een andere autoriteit die in onderling overleg door de betrokken partijen is vastgesteld. 12. De secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt een register op van de uit hoofde van lid 10 door de partijen aangewezen autoriteiten en houdt dit bij. Iedere partij zorgt ervoor dat de voor opname in het register verstrekte gegevens te allen tijde juist zijn. 13. Bij de ondertekening van dit protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring kan een partij zich het recht voorbehouden dit artikel niet toe te passen op verkeersgegevens.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel