Naar hoofdinhoud

DEEL X

Artikel 62

Voorbehouden

Onderdeel van Internationale Gezondheidsregeling (2005)· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 15 juni 2007

1. Staten kunnen ten aanzien van deze Regeling in overeenstemming met dit artikel voorbehouden maken. Dergelijke voorbehouden mogen niet onverenigbaar zijn met het onderwerp en het doel van deze Regeling. 2. Van voorbehouden ten aanzien van deze Regeling wordt de Directeur-Generaal kennisgeving gedaan in overeenstemming met artikel 59, eerste lid, artikel 60, eerste lid, artikel 63, eerste lid, of artikel 64, eerste lid, al naar gelang het geval. Een Staat die geen lid van de WHO is, stelt de Directeur-Generaal tezamen met zijn kennisgeving van aanvaarding van deze Regeling in kennis van enig voorbehoud. Staten die voorbehouden maken, dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken. 3. Een gedeeltelijke verwerping van deze Regeling wordt aangemerkt als voorbehoud. 4. De Directeur-Generaal doet, in overeenstemming met artikel 65, tweede lid, kennisgeving van elk voorbehoud dat hij ingevolge het tweede lid van dit artikel heeft ontvangen. De Directeur-Generaal: verzoekt, indien het voorbehoud werd gemaakt vóór de inwerkingtreding van deze Regeling, de lidstaten die deze Regeling niet hebben verworpen hem of haar binnen zes maanden in kennis te stellen van een eventueel bezwaar tegen het voorbehoud, of verzoekt, indien het voorbehoud werd gemaakt na de inwerkingtreding van deze Regeling, de Staten die Partij zijn hem of haar binnen zes maanden in kennis te stellen van een eventueel bezwaar tegen het voorbehoud. Staten die bezwaar maken tegen een voorbehoud dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken. 5. Na dit tijdvak stelt de Directeur-Generaal alle Staten die Partij zijn in kennis van de bezwaren die hij of zij heeft ontvangen ten aanzien van de voorbehouden. Tenzij na het verstrijken van zes maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten bezwaar heeft gemaakt tegen een voorbehoud, wordt deze geacht te zijn aanvaard en treedt deze Regeling in werking voor de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van het voorbehoud. 6. Indien ten minste een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten voor het einde van het tijdvak van zes maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving bezwaar maakt tegen het voorbehoud, stelt de Directeur-Generaal de Staat die een voorbehoud maakt daarvan in kennis opdat deze binnen drie maanden vanaf de datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal intrekking van het voorbehoud in overweging neemt. 7. De Staat die een voorbehoud maakt, blijft de met het onderwerp van het voorbehoud samenhangende verplichtingen die de Staat heeft aanvaard uit hoofde van de in artikel 58 vermelde internationale sanitaire verdragen of regelingen nakomen. 8. Indien de Staat die een voorbehoud maakt het voorbehoud niet intrekt binnen drie maanden te rekenen vanaf de in het zesde lid van dit artikel bedoelde datum van de kennisgeving door de Directeur-Generaal, vraagt de Directeur-Generaal om het oordeel van de Toetsingscommissie indien de Staat die het voorbehoud maakt zulks verzoekt. De Toetsingscommissie informeert de Directeur-Generaal zo spoedig mogelijk en in overeenstemming met artikel 50 over de praktische gevolgen van het voorbehoud voor de werking van deze Regeling. 9. De Directeur-Generaal legt het voorbehoud, en het oordeel van de Toetsingscommissie indien van toepassing, ter bestudering voor aan de Gezondheidsvergadering. Indien de Gezondheidsvergadering, met meerderheid van stemmen, bezwaar maakt tegen het voorbehoud op grond van het feit dat het onverenigbaar is met het onderwerp en het doel van deze Regeling, wordt het voorbehoud niet aanvaard en treedt deze Regeling pas in werking voor de Staat die voorbehoud maakt nadat deze zijn voorbehoud ingevolge artikel 63 heeft ingetrokken. Indien de Gezondheidsvergadering het voorbehoud aanvaardt, treedt deze Regeling in werking ten aanzien van de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van zijn voorbehoud.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel