Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Bepalingen betreffende capaciteit

Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en de Staat Koeweit· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2023

1. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld te concurreren bij het verzorgen van internationale luchtdiensten waarop dit Verdrag betrekking heeft. 2. Elke verdragsluitende partij treft maatregelen om alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die de concurrentiepositie van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij nadelig beïnvloeden uit te bannen. 3. De voorzieningen voor luchtvervoer die de reizigers ter beschikking staan dienen te voldoen aan de internationale eisen van het publiek wat dergelijk vervoer betreft. 4. De aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke verdragsluitende partij heeft/hebben een eerlijke en gelijke kans om te concurreren op elke overeengekomen route tussen de grondgebieden van de twee verdragsluitende partijen en deze te exploiteren. 5. Elke verdragsluitende partij houdt rekening met de belangen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij teneinde te voorkomen dat hun mogelijkheden om de diensten waarop dit Verdrag betrekking heeft aan te bieden onnodig worden belemmerd. 6. Diensten die geleverd worden door een aangewezen luchtvaartmaatschappij uit hoofde van dit Verdrag hebben als primair doel het leveren van capaciteit die beantwoordt aan de vraag naar vervoer tussen het land waar deze luchtvaartmaatschappij gevestigd is en het land van uiteindelijke bestemming van het vervoer. Het recht aan of van boord te gaan van deze vluchten naar of afkomstig uit derde landen op een punt of punten op de routes die in dit Verdrag zijn omschreven wordt uitgeoefend in overeenstemming met de algemene beginselen van een ordelijke afwikkeling van het internationaal luchtvervoer die beide verdragsluitende partijen onderschrijven en is onderworpen aan het algemene beginsel dat capaciteit afgestemd dient te zijn op: de vervoersbehoeften tussen het land van oorsprong en de landen van uiteindelijke bestemming van het vervoer; de behoefte van het doorgaande luchtvervoer; en de vervoersbehoeften van het gebied dat door de luchtvaartmaatschappij wordt aangedaan, rekening houdend met de lokale en regionale diensten. 7. Elke verdragsluitende partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij de frequentie en capaciteit van de internationale luchtdiensten die zij aanbiedt, bepaalt op basis van commerciële marktoverwegingen. In overeenstemming met dit recht beperkt geen van de verdragsluitende partijen eenzijdig de exploitatie van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij, tenzij in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag of tenzij dit nodig kan zijn om redenen op het gebied van douane, techniek, exploitatie of milieu uit hoofde van uniforme voorwaarden die in overeenstemming zijn met artikel 15 van het Verdrag van Chicago.

Rechtspraak bij dit artikel