**1.** De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en in andere internationale mensenrechteninstrumenten die op de partijen van toepassing zijn, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze Overeenkomst.
**2.** De Partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1945.
**3.** De Partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om problemen als gevolg van de klimaatverandering en van de mondialisering aan te pakken en bij te dragen tot de verwezenlijking van de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen, met name de versterking van het mondiale partnerschap voor ontwikkeling zoals vernieuwd in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
**4.** De Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de beginselen van goed bestuur, in al zijn aspecten.
**5.** De tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst wordt gebaseerd op de beginselen van dialoog, wederzijds respect, gelijkwaardig partnerschap, consensus en de eerbiediging van het internationaal recht.
**6.** De Partijen komen overeen dat de samenwerking in het kader van deze Overeenkomst geschiedt volgens hun eigen wet- en regelgeving en beleid.
TITEL I
Artikel 1
Grondslag van de samenwerking
Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van Maleisië, anderzijds· Financieel en economisch recht