**1.** De partijen erkennen de noodzaak van gendergelijkheid en de versterking van de positie van alle vrouwen en meisjes als een doel op zich en als drijvende kracht voor democratie, duurzame en inclusieve ontwikkeling, vrede en veiligheid.
**2.** De partijen werken samen om gendergelijkheid te bevorderen, vrouwen en meisjes alle mensenrechten volledig te laten uitoefenen en hun positie te versterken, en zorgen voor de integratie van genderperspectieven in de uitvoering van deze overeenkomst.
**3.** De partijen wisselen goede praktijken uit en onderzoeken verdere regelingen voor samenwerking en mogelijke synergieën tussen de respectieve gendergerelateerde beleidsmaatregelen en programma’s van de partijen, overeenkomstig de internationale normen en verbintenissen die op de partijen van toepassing zijn, zoals het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, dat op 18 december 1979 door de AVVN is aangenomen, de Verklaring en het Actieplatform van Peking, die op 15 september 1995 tijdens de vierde Wereldvrouwenconferentie in Peking zijn aangenomen, het Actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling en de resultaten van de toetsingsconferenties ervan, de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en Resolutie 1325 (2000) van de VN-Veiligheidsraad en de daaropvolgende resoluties over vrouwen, vrede en veiligheid.
TITEL IV
Artikel 21
Gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes
Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Thailand, anderzijds· Financieel en economisch recht