**1.** Uitlevering wordt toegestaan voor feiten die krachtens de wetten van de verzoekende partij en van de aangezochte partij strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of met een maatregel welke vrijheidsbeneming meebrengt, met een maximum van ten minste een jaar of met een zwaardere straf. Als om uitlevering wordt verzocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een strafvonnis, dient het deel van de straf dat nog moet worden uitgevoerd ten minste zes maanden te bedragen.
**2.** Indien het verzoek om uitlevering betrekking heeft op verscheidene, afzonderlijke feiten die alle krachtens de wet van beide staten strafbaar zijn gesteld, maar waarvan sommige qua duur niet voldoen aan de voorwaarden van het eerste lid, is de aangezochte Partij bevoegd de uitlevering eveneens voor deze laatste feiten toe te staan.
**3.** Voor strafbare feiten op het gebied van retributies, belastingen, douane en deviezen wordt uitlevering verleend onder de in dit Verdrag bepaalde voorwaarden.
Artikel 2
Feiten die tot uitlevering kunnen leiden
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering· Strafrecht