Naar hoofdinhoud
1. Elk van de Partijen stelt de andere Partij in kennis van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding van dit Verdrag grondwettelijk vereiste procedures. 2. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving. 3. Dit Verdrag kan op verzoek van een van de Partijen worden herzien. Wijzigingen worden aangebracht door middel van protocollen die in werking treden volgens de procedure van het tweede lid van dit artikel. 4. Elk van de Partijen kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door de andere Partij langs diplomatieke weg een kennisgeving van opzegging te doen toekomen. Deze opzegging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van deze kennisgeving. 5. De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op uitleveringsverzoeken die na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag worden gedaan, ongeacht of de feiten vóór of na die datum zijn begaan. 6. Met inachtneming van de in het vierde lid van dit artikel genoemde termijn is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag voor elk van de delen van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

Rechtspraak bij dit artikel