**1.** Uitleveringsverzoeken betreffende onderdanen worden behandeld overeenkomstig de nationale wetten van elke Partij. De hoedanigheid van onderdaan wordt beoordeeld op de datum waarop de feiten zijn begaan.
**2.** Indien uitlevering uitsluitend op grond van de nationaliteit van de opgeëiste persoon wordt geweigerd, draagt de aangezochte Partij, overeenkomstig haar wetgeving en bij melding van de feiten door de verzoekende partij, de zaak voor vervolging aan haar bevoegde autoriteiten over. Te dien einde worden documenten, verslagen en voorwerpen die betrekking hebben op het strafbare feit kosteloos toegezonden op de wijze als bepaald in het eerste lid van artikel 6, en wordt de verzoekende Partij in kennis gesteld van het genomen besluit.
Artikel 4
Uitlevering van onderdanen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering· Strafrecht