**1.** In geval van spoed kunnen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon verzoeken.
**2.** Het verzoek om voorlopige aanhouding vermeldt het bestaan van een van de in artikel 6, tweede lid, onder a, bedoelde documenten en vermeldt het voornemen om een uitleveringsverzoek in te dienen. Tevens wordt melding gemaakt van het strafbare feit waarvoor om uitlevering wordt verzocht, van de datum, de plaats en de omstandigheden waarop deze is gepleegd en, voor zover mogelijk, van inlichtingen aan de hand waarvan de identiteit en de nationaliteit van de opgeëiste persoon, alsmede zijn signalement, kunnen worden vastgesteld.
**3.** Het verzoek om voorlopige aanhouding wordt aan de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij toegezonden, hetzij langs diplomatieke weg, rechtstreeks per post of telegraaf, door de Internationale Politieorganisatie (Interpol) of op een andere wijze die schriftelijk wordt vastgelegd of door de aangezochte partij wordt aanvaard.
**4.** De bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij voldoen aan dit verzoek overeenkomstig hun wetgeving. Aan de verzoekende Partij wordt onverwijld kennis gegeven van het gevolg dat aan haar verzoek is gegeven.
**5.** De voorlopige aanhouding wordt beëindigd indien de aangezochte Partij niet binnen 60 dagen na de aanhouding het uitleveringsverzoek en de in artikel 6 vermelde stukken heeft ontvangen. Voorlopige invrijheidstelling van de opgeëiste persoon is echter te allen tijde mogelijk, mits de aangezochte Partij alle maatregelen neemt die zij nodig acht om te voorkomen dat de opgeëiste persoon vlucht.
**6.** Invrijheidstelling vormt geen beletsel voor een nieuwe aanhouding en uitlevering van de opgeëiste persoon indien het officiële verzoek en de in artikel 6 bedoelde documenten op een latere datum worden overgelegd.
Artikel 8
Voorlopige aanhouding
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering· Strafrecht