Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 22

Vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden

Onderdeel van Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht· Ruimtelijke ordening en milieu

1. Op basis van het definitieve voorstel en het ontwerpbeheersplan, rekening houdend met de bijdragen en de wetenschappelijke inbreng die tijdens het in het kader van dit Deel ingestelde overlegproces zijn ontvangen, en met het wetenschappelijk advies en de aanbevelingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan, zal de Conferentie van de Partijen: besluiten nemen over de vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en daarmee samenhangende maatregelen; besluiten kunnen nemen over maatregelen die verenigbaar zijn met de maatregelen die zijn vastgesteld door relevante rechtsinstrumenten en -kaders en door relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, in samenwerking en coördinatie met die instrumenten, kaders en organisaties; indien de voorgestelde maatregelen onder de bevoegdheid van andere mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties vallen, aanbevelingen doen aan de Partijen bij deze Overeenkomst en aan mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties om de vaststelling van relevante maatregelen via dergelijke instrumenten, kaders en organisaties te bevorderen, overeenkomstig hun respectieve mandaten. 2. Bij het nemen van besluiten op grond van dit artikel eerbiedigt de Conferentie van de Partijen de bevoegdheden van de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en van de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, en ondermijnt zij deze niet. 3. De Conferentie van de Partijen treft regelingen voor regelmatig overleg ter verbetering van de samenwerking en coördinatie met en tussen de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties met betrekking tot gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, alsmede voor de coördinatie met betrekking tot gerelateerde maatregelen die in het kader van dergelijke instrumenten en kaders en door dergelijke organisaties zijn vastgesteld. 4. Wanneer de verwezenlijking van de doelstellingen en de uitvoering van dit Deel dit vereist, kan de Conferentie van de Partijen, om de internationale samenwerking en coördinatie met betrekking tot het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht te bevorderen, overwegen en, met inachtneming van de voorgaande leden 1 en 2, besluiten een mechanisme te ontwikkelen met betrekking tot bestaande gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die zijn vastgesteld door relevante rechtsinstrumenten en -kaders of relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties. 5. Besluiten en aanbevelingen die door de Conferentie van de Partijen overeenkomstig dit Deel worden aangenomen, mogen geen afbreuk doen aan de doeltreffendheid van maatregelen die zijn vastgesteld voor gebieden die binnen de nationale rechtsmacht vallen, en worden genomen met inachtneming van de rechten en plichten van alle staten, in overeenstemming met het Verdrag. In gevallen waarin de in het kader van dit Deel voorgestelde maatregelen van invloed zouden zijn of waarvan redelijkerwijs verwacht wordt dat zij gevolgen zullen hebben voor de wateren boven de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden waarover een kuststaat soevereine rechten uitoefent overeenkomstig het Verdrag, worden bij die maatregelen de soevereine rechten van die kuststaten naar behoren in acht genomen. Daartoe wordt overleg gepleegd overeenkomstig de bepalingen van dit Deel. 6. Indien een op grond van dit Deel ingesteld gebiedsgerichte beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, vervolgens geheel of gedeeltelijk onder de nationale rechtsmacht van een kuststaat valt, is dit onmiddellijk niet langer van kracht voor het deel dat onder de nationale rechtsmacht valt. Het deel dat overblijft voor gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, blijft van kracht totdat de Conferentie van de Partijen tijdens haar volgende vergadering het gebiedsgericht beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, indien nodig herziet en besluit of het wordt gewijzigd of ingetrokken. 7. Bij de vaststelling of wijziging van de bevoegdheid van een relevant rechtsinstrument of -kader of een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie blijft een gebiedsgericht beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, of daarmee verband houdende maatregelen die door de Conferentie van de Partijen uit hoofde van dit Deel zijn vastgesteld en die vervolgens geheel of gedeeltelijk onder de bevoegdheid van dat instrument, kader of orgaan vallen, van kracht totdat de Conferentie van de Partijen, in nauwe samenwerking en coördinatie met dat instrument, kader of orgaan, het gebiedsgericht beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, en daarmee verband houdende maatregelen, naargelang het geval, evalueert en besluit tot handhaving, wijziging of intrekking.

Rechtspraak bij dit artikel