Naar hoofdinhoud
1. De Conferentie van de Partijen neemt besluiten om in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht maatregelen vast te stellen die zo nodig in noodgevallen moeten worden toegepast wanneer een natuurverschijnsel of een door de mens veroorzaakte ramp ernstige of onomkeerbare schade heeft toegebracht of dreigt te veroorzaken aan de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, om ervoor te zorgen dat de ernstige of onomkeerbare schade niet wordt verergerd. 2. Op grond van dit artikel vastgestelde maatregelen worden alleen noodzakelijk geacht indien de ernstige of onomkeerbare schade, na raadpleging van relevante rechtsinstrumenten of -kaders of relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties, niet tijdig kan worden beheerst door de toepassing van de andere artikelen van deze Overeenkomst of door een relevant rechtsinstrument of -kader of door een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie. 3. Vastgestelde noodmaatregelen zijn gebaseerd op de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, op relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, en houden rekening met de voorzorgsbenadering. Dergelijke maatregelen kunnen door de Partijen worden voorgesteld of door het wetenschappelijk en technisch orgaan worden aanbevolen en kunnen tussen twee vergaderingen in worden vastgesteld. De maatregelen zijn tijdelijk en moeten op de eerstvolgende vergadering van de Conferentie van de Partijen opnieuw worden voorgelegd met het oog op besluitname. 4. De maatregelen worden twee jaar na hun inwerkingtreding beëindigd of worden eerder door de Conferentie van de Partijen beëindigd wanneer zij worden vervangen door gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en daarmee verband houdende maatregelen die overeenkomstig dit Deel zijn vastgesteld, of door maatregelen die zijn vastgesteld bij een relevant rechtsinstrument of -kader of door een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie, of door een besluit van de Conferentie van de Partijen wanneer de omstandigheden die de maatregel noodzakelijk maakten, ophouden te bestaan. 5. Procedures en richtsnoeren voor de vaststelling van noodmaatregelen, met inbegrip van overlegprocedures, worden zo nodig opgesteld door het wetenschappelijk en technisch orgaan, met het oog op de zo spoedig mogelijke bespreking en goedkeuring door de Conferentie van de Partijen. Deze procedures zijn inclusief en transparant.

Rechtspraak bij dit artikel