**1.** De Partijen brengen individueel of collectief verslag uit aan de Conferentie van de Partijen over de toepassing van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die in het kader van dit Deel zijn ingesteld, en van de daarmee verband houdende maatregelen. Deze verslagen, alsmede de in de hiernavolgende leden 2 en 3 bedoelde informatie en evaluatie, worden door het Secretariaat openbaar gemaakt.
**2.** De relevante rechtsinstrumenten en -kaders en de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties worden uitgenodigd om de Conferentie van de Partijen informatie te verstrekken over de uitvoering van de maatregelen die zij hebben genomen ter verwezenlijking van de doelstellingen van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die in het kader van dit Deel zijn vastgesteld.
**3.** De krachtens dit Deel vastgestelde gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van daarmee verband houdende maatregelen, worden gemonitord en periodiek geëvalueerd door het wetenschappelijk en technisch orgaan, rekening houdend met de in de voorgaande leden 1 en 2 bedoelde verslagen en informatie.
**4.** Bij de in het voorgaande lid 3 bedoelde evaluatie beoordeelt het wetenschappelijk en technisch orgaan de doeltreffendheid van de op grond van dit Deel ingestelde gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van daarmee verband houdende maatregelen en de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, en verstrekt dit orgaan advies en aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen.
**5.** Na de evaluatie neemt de Conferentie van de Partijen besluiten of formuleert aanbevelingen, waar nodig, over de wijziging, uitbreiding of intrekking van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en alle daarmee verband houdende maatregelen die door de Conferentie van de Partijen zijn vastgesteld, op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, rekening houdend met de voorzorgsbenadering en een ecosysteemgerichte benadering.
DEEL III
Artikel 26
Toezicht en evaluatie
Onderdeel van Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht· Ruimtelijke ordening en milieu