Naar hoofdinhoud
1. Geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst worden beslecht overeenkomstig de bepalingen voor geschillenbeslechting waarin deel XV van het Verdrag voorziet. 2. De bepalingen van deel XV van en de bijlagen V, VI, VII en VIII bij het Verdrag worden geacht te zijn gerepliceerd voor de beslechting van geschillen waarbij een Partij bij deze Overeenkomst betrokken is die geen Partij is bij het Verdrag. 3. Elke procedure die door een Partij bij deze Overeenkomst is aanvaard en die tevens Partij is bij het Verdrag overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag, is van toepassing op de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel, tenzij die Partij bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, een andere procedure overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag voor de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel heeft aanvaard. 4. Elke verklaring van een Partij bij deze Overeenkomst die tevens Partij is bij het Verdrag overeenkomstig artikel 298 van het Verdrag, is van toepassing op de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel, tenzij die Partij bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, een andere verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 298 van het Verdrag voor de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel. 5. Overeenkomstig het voorgaande lid 2 kan een Partij bij deze Overeenkomst die geen Partij is bij het Verdrag, bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, door middel van een schriftelijke verklaring die bij de depositaris wordt ingediend, een of meer van de volgende middelen vrij te kiezen voor de beslechting van geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst: het Internationaal Hof voor het recht van de zee; het Internationaal Gerechtshof; een scheidsgerecht van bijlage VII; een bijzonder scheidsgerecht van bijlage VIII voor een of meer van de in die bijlage genoemde categorieën geschillen. 6. Een Partij bij deze Overeenkomst die geen Partij is bij het Verdrag en die geen verklaring heeft afgegeven, wordt geacht de in het voorgaande lid 5, sub c), bedoelde mogelijkheid te hebben aanvaard. Indien de Partijen bij een geschil dezelfde procedure voor de beslechting van het geschil hebben aanvaard, kan deze uitsluitend aan die procedure worden onderworpen, tenzij de Partijen anders overeenkomen. Indien de Partijen bij een geschil niet dezelfde procedure voor de beslechting van het geschil hebben aanvaard, kan deze uitsluitend worden onderworpen aan arbitrage overeenkomstig bijlage VII bij het Verdrag, tenzij de Partijen anders overeenkomen. Artikel 287, leden 6 tot en met 8, van het Verdrag is van toepassing op verklaringen uit hoofde van het voorgaande lid 5. 7. Een Partij bij deze Overeenkomst die geen Partij is bij het Verdrag, kan bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, onverminderd de uit dit Deel voortvloeiende verplichtingen, schriftelijk verklaren dat zij geen van de procedures van Deel XV, afdeling 2, van het Verdrag aanvaardt met betrekking tot een of meer van de in artikel 298 van het Verdrag voor de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel genoemde categorieën geschillen. Artikel 298 van het Verdrag is van toepassing op een dergelijke verklaring. 8. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de procedures voor de beslechting van geschillen die de Partijen zijn overeengekomen als deelnemers aan een relevant rechtsinstrument of rechtskader, of als leden van een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dergelijke instrumenten en kaders. 9. Niets in deze Overeenkomst mag aldus worden uitgelegd dat het een gerecht bevoegdheid verleent om kennis te nemen van geschillen die betrekking hebben op of noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de gelijktijdige overweging van de juridische status van een gebied binnen de nationale rechtsmacht, noch van geschillen betreffende de soevereiniteit of andere rechten over vastelands- of eilandgebied of een aanspraak daarop van een Partij bij deze Overeenkomst, aangenomen dat niets in dit lid wordt uitgelegd als een beperking van de bevoegdheid van een gerecht uit hoofde van deel XV, afdeling 2, van het Verdrag. 10. Om twijfel te voorkomen, kan geen enkele bepaling van deze Overeenkomst worden ingeroepen als grondslag voor het geldend maken of verwerpen van aanspraken op soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht over land- of zeegebieden, met inbegrip van geschillen die daarmee verband houden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel