Naar hoofdinhoud
1. De Partijen zien af van het instellen van vorderingen tot schadevergoeding tegen elkaar wegens schade aan of verlies van overheidseigendommen die door hun Personeel worden gebruikt en wegens letsel (met inbegrip van letsel de dood tot gevolg hebbende) geleden door hun Personeel, bij de uitoefening van diens officiële taken in het kader van dit Verdrag. 2. De bepalingen in het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de schade aan of het verlies van overheidseigendommen of het in het eerste lid genoemde letsel geleden door het Personeel, het gevolg zijn van grove nalatigheid of opzet. De vaststelling van grove nalatigheid of opzet geschiedt in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de Partijen. De bevoegde autoriteiten van de Partijen werken samen bij het verzamelen van bewijzen voor het onderzoek naar en de afhandeling van vorderingen waarvoor zij aansprakelijk zijn. De bevoegde autoriteiten van de Partijen bepalen in onderling overleg de toerekenbaarheid van de schade en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding. 3. Voor zover de militaire activiteiten training, oefening of opleiding betreffen: worden vorderingen tot schadevergoeding van derden (behoudens vorderingen uit overeenkomst) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het Personeel van de Zendstaat bij het uitoefenen van diens officiële taken in het kader van dit Verdrag, door de Ontvangende staat namens de Zendstaat afgewikkeld in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Ontvangende staat. De toerekenbaarheid van de schade en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding worden in onderling overleg bepaald door de bevoegde autoriteiten van de Partijen. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen zullen worden door de Zendstaat terugbetaald. Wanneer de schade aan beide Partijen is toe te rekenen én het niet mogelijk is de verantwoordelijkheid aan de ene of de andere Partij toe te schrijven, wordt het bedrag van de schadevergoeding van derden (behoudens vorderingen uit overeenkomst) gelijkelijk over de Partijen verdeeld Raadpleegt de Ontvangende staat de Zendstaat alvorens tot de afwikkeling van vorderingen tot schadevergoeding van derden conform lid 3(a) en/of lid 3(b) over te gaan. 4. Voor zover het andere militaire activiteiten betreft dan genoemd in lid 3 zullen de bevoegde autoriteiten van de Partijen met elkaar in welwillend overleg treden inzake vorderingen tot schadevergoeding van derden (behoudens vorderingen uit overeenkomst) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het Personeel van de Zendstaat bij het vervullen van zijn officiële taken. 5. De Zendstaat vrijwaart de Ontvangststaat voor schade aan eigendommen van laatstgenoemde of aan derden die, naar gelang van het geval, voortvloeit uit handelingen van het Personeel van de Zendstaat buiten zijn officiële taken.

Rechtspraak bij dit artikel