Naar hoofdinhoud
1. De Partijen kunnen te allen tijde wijzigingen in dit Verdrag voorstellen na de inwerkingtreding ervan. Elke wijziging van dit Verdrag zal in onderling overleg worden aangenomen. Een dergelijke wijziging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat elke Partij de andere Partij schriftelijk en langs diplomatieke weg heeft medegedeeld dat aan de grondwettelijke of interne voorwaarden voor de inwerkingtreding van de wijziging is voldaan. 2. Indien er geen overeenstemming is bereikt, kan elke partij dit Verdrag opzeggen overeenkomstig artikel XIV.

Rechtspraak bij dit artikel