Naar hoofdinhoud
1. Onderdanen van de Staat van een Partij die zijn aangesteld bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging of bij een vertegenwoordiging van een internationale organisatie die is gelegen in de Staat van de andere Partij en die in het bezit zijn van een geldig diplomatiek paspoort en onderdanen die in het bezit zijn van een geldig officieel/dienstpaspoort, kunnen voor de duur van hun accreditatie zonder visum het grondgebied van de ontvangende Partij betreden, verlaten en er verblijven. 2. De Staat van een Partij stelt de Staat van de andere Partij vooraf langs diplomatieke weg in kennis van de detachering en de functie van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren en deze ambtenaren dienen te voldoen aan de accreditatieregeling van de andere Partij. 3. Gezinsleden van de in het eerste lid bedoelde personen die onderdanen zijn van de zendstaat en houder zijn van een geldig diplomatiek paspoort en gezinsleden van de personen die onderdanen zijn van de zendstaat en houder zijn van een geldig officieel/dienstpaspoort, komen voor dezelfde faciliteiten in aanmerking, voor zover zij in hetzelfde huishouden wonen en door de ontvangende Staat worden erkend als gezinsleden die gerechtigd zijn bij de in het eerste lid bedoelde persoon te verblijven.

Rechtspraak bij dit artikel