Naar hoofdinhoud
1. De staat die partij is, binnen het grondgebied onder wiens rechtsmacht een verdachte van een misdrijf waarop dit Verdrag van toepassing is in overeenstemming met artikel 2, wordt aangetroffen, draagt in de in artikel 8 bedoelde gevallen, indien hij de betrokkene niet uitlevert of overlevert aan een andere staat of aan een bevoegd internationaal strafhof of tribunaal, de zaak voor vervolging over aan zijn bevoegde autoriteiten. 2. Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in geval van elk ander misdrijf van ernstige aard krachtens de nationale wetgeving van die staat die partij is. In de gevallen bedoeld in artikel 8, derde lid, dienen de maatstaven voor de bewijsvoering, vereist voor vervolging en veroordeling, in geen enkel opzicht minder strikt te worden aangelegd dan die welke gelden in de gevallen bedoeld in artikel 8, eerste lid en tweede lid. 3. Aan ieder tegen wie een vervolging aanhangig wordt gemaakt in verband met een van misdrijven waarop dit Verdrag van toepassing is, dient in alle fasen van de procedure een billijke behandeling te worden gewaarborgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel