**1.** De aangezochte staat die partij is dient, voor zover zijn nationale recht zulks toestaat en op verzoek van de verzoekende staat die partij is, goederen in beslag te nemen en over te dragen:
die als bewijsstuk kunnen dienen; of
die het resultaat van het misdrijf zijn en die op het tijdstip van de aanhouding in het bezit van de opgeëiste persoon wordt aangetroffen of later wordt ontdekt.
**2.** De in het eerste lid bedoelde goederen kunnen aan de verzoekende staat die partij is, worden overgedragen, zelfs indien de uitlevering niet kan worden verricht wegens het overlijden, de verdwijning of de ontvluchting van de opgeëiste persoon.
**3.** Wanneer de in het eerste lid bedoelde goederen vatbaar zijn voor inbeslagneming of confiscatie op het grondgebied van de aangezochte staat die partij, kan die staat die partij is deze goederen met het oog op een lopende strafprocedure tijdelijk behouden of overdragen aan de verzoekende staat die partij is, op voorwaarde dat ze worden teruggegeven.
**4.** Eventuele rechten die de aangezochte staat die partij is of derden te goeder trouw op de in het eerste lid bedoelde goederen hebben verworven, blijven onverlet overeenkomstig de procedures waarin zijn nationale recht voorziet. Indien dergelijke rechten bestaan, zendt de verzoekende staat die partij is deze goederen na beëindiging van het rechtsgeding zo spoedig mogelijk en kosteloos naar terug naar de aangezochte staat die partij is.
DEEL IV
Artikel 64
Overdracht van goederen
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht